Hoe wordt duurzame inzetbaarheid duurzaam?

Hoe wordt duurzame inzetbaarheid duurzaam? 

Het verminderen van het ziekteverzuim, het verhogen van de productiviteit, het creëren van meer werkgeluk en daarnaast meer gezondere leefgewoontes op het werk. Waarschijnlijk is er wel eens één van deze thema’s van duurzame inzetbaarheid bespreekbaar gemaakt. Iedereen lijkt dat dan met veel enthousiasme binnen het bedrijf op te vangen. Jullie voelen op dát moment in elk lichaamscel dat het keerpunt nu écht is aangebroken om de verandering in vitaliteit op de werkvloer te doorbreken.

De werkelijkheid

Maar dan, als het puntje bij paaltje komt, gebeurt het weer: het item ‘duurzame inzetbaarheid’ zakt weg. De fruitmand in de kantine blijft nog steeds onaangeroerd liggen. Ook in het afgelopen jaar is het percentage ziekteverzuim nog steeds niet gedaald. Naast de “ongezonde” leefstijlgewoontes van werknemers wat kan leiden tot gezondheidsproblemen en ziekteverzuim, zijn er natuurlijk meer redenen voor verzuim. Denk aan de rol van een leidinggevende, het ervaren van werkdruk en werkstress, de arbeidsomstandigheden, het verzuimcultuur, privéproblemen, en een reorganisatie (bron: Geurts & Smulders, 2006). Wellicht denk je nu: dit ‘ja’ we weten het nu allemaal wel, maar ‘nee’ we doen er nog niet veel mee-probleem komt mij wel heel bekend voor. Niet getreurd: dit probleem drijft meerderen wel eens tot wanhoop. Het is (helaas) bekend dat werkgevers zich niet zomaar kunnen en mogen bemoeien met de gezondheid en vitaliteit van medewerkers. Dus in plaats van je als werkgever ermee te bemoeien kun je het gedrag wat bevorderlijk is voor de vitaliteit en gezondheid van je medewerkers wel gaan faciliteren en stimuleren (bron: Kok, Schaalma & Brug, 2016).

Hoe kan ook jij uiteindelijk blijvende verandering in vitaliteit op je werkvloer faciliteren en stimuleren?

Wanneer je als werkgever en als medewerker het eens bent over dat je het gezondheidsgedrag zou kunnen veranderen betekent dit niet dat het ook daadwerkelijk gaat gebeuren.
Tussen intenties (“ik ga iets aan het gedrag doen!”) en gedrag (daadwerkelijk iets aan het gedrag doen) ligt een enorme kloof: de zogenoemde intentie-gedrag kloof (Bron: Webb & Sheeran, 2006).

Teleurstellende resultaten

Veel gedrag veranderende programma’s hebben tot nu toe teleurstellende resultaten. Dit omdat kennis overbrengen en bewustwording creëren over waarom je iets zou kúnnen doen of juist iets zou kúnnen laten alleen niet voldoende is. Willen is niet automatisch kunnen. Het aanleren van vaardigheden waarmee het gedrag en de gewoontes veranderd kunnen worden leidt naast kennisoverdracht en bewustwording creëren wel tot meer resultaat (bron: Burgess, 2017). Echter kost het aanleren van vaardigheden en het veranderen van gewoontes meer tijd en energie dan je in eerste instantie misschien zou denken. Gedegen wetenschappelijk onderzoek over het onderwerp gewoonteverandering is schaars. De onderzoeken die er zijn, zijn dan ook van extra belang om wel een idee te krijgen hoeveel tijd en energie het kost om gedragsverandering te verwezenlijken (bron: Lally & collega’s, 2010).

Gedragsverandering verwezenlijken

Het onderzoek van Lally en collega’s uit 2010 liet zien dat er gemiddelde 66 dagen nodig zijn totdat een gewoonte, zoals in dit onderzoek “gezonder” eten of meer bewegen was, automatisch ging. De individuele verschillen echter waren enorm. Zo waren er deelnemers die na 18 dagen al op automatisch zaten, terwijl sommigen waarschijnlijk eerder tegen de 250 dagen aan zouden komen (het onderzoek duurde maar 84 dagen, dus het is een schatting). Na 84 dagen had meer dan de helft het doel nog steeds niet bereikt. Een interessante vinding was dat een dag overslaan weinig effect had op de automatisering, hoewel meerdere dagen missen over een langere periode wel tot een slechter resultaat leidde. Een periode van 21 dagen heeft dus niet zoveel te maken met het veranderen van gedrag in een gewoonte, maar is een aantrekkelijke overzichtelijke periode, waarbij de energie vooral komt uit het nieuwigheid (Bron: Lally & collega’s, 2010). De boodschap is dat resultaat het gevolg is van consistentie, dus het continu blijven doen en herhalen. Daarnaast is de boodschap dat gedrag dus alleen een gewoonte wordt, als je het probeert elke dag te doen, maar niet in paniek hoeft raken als je een keer een dag mist. Houdt dus rekening met weken tot maanden voordat gewenst gedrag ingesleten raakt. Gezonder-Nederland is zich bewust dat naast kennisoverdracht, het aanleren van vaardigheden om uiteindelijk gewoontes te kunnen veranderen en te kunnen blijven volhouden geen fluitje van een cent is en tijd kost. Ook is Gezonder Nederland daarnaast bewust dat het de juiste expertise vereist. Daarom laat Gezonder Nederland in haar gezondheidsinterventie de stappen van gedragsverandering terugkomen, zie Figuur 1. In de diensten, zoals in de coaching, workshops en trainingen streeft Gezonder Nederland en haar team ernaar om, daar waar nodig, deze stappen in te zetten. De stappen openstaan, begrijpen, willen en kunnen, doen en blijven doen zijn nodig om de duurzaamheid van het gewenste gedrag te kunnen vergroten, waardoor het volhouden (= het blijven doen) van het gewenste gedrag uiteindelijk in de praktijk makkelijker wordt (bronnen: Kay Bartholomew Eldredge & collega’s, 2016 en Prochaska & Velicer, 1997).

Duurzame inzetbaarheid

 

Figuur 1. Het gedragsveranderende model van Prochaska is geïntegreerd in het gezondheidsinterventie model van Gezonder België & Gezonder Nederland (bronnen: Kay Bartholomew Eldredge & collega’s, 2016 en Prochaska & Velicer, 1997).

Benieuwd naar hoe ook jij uiteindelijk blijvende verandering in duurzame inzetbaarheid kunt faciliteren en stimuleren?

Neem (vrijblijvend) contact op om onze diensten te kunnen bespreken!

 

 

Uw naam (verplicht)

Uw Email (verplicht)

Uw Telefoonnummer (verplicht)

Uw bedrijf (verplicht)

Eventueel meer informatie:

*Door op verzenden te drukken gaat u akkoord met de algemene voorwaarden van Gezonder Nederland.

 

 

Bronnenlijst:

Burgess, E., Hassmén, P., Welvaert, M., & Pumpa, K.L. (2017). Behavioural treatment strategies improve adherence to lifestyle intervention programmes in adults with obesity: a systematic review and meta-analysis.

Schaufeli, W.B., & Bakker, A.B. (2006). De Psychologie van Arbeid en Gezondheid. Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. (2e druk)., Houten, Nederland: Bohn Stafleu Van Loghu, p. 389-408.

Kok, G., Schaalma H., & Brug, J. (2016). Planmatige bevordering van gezond gedrag. Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering. Een planmatige aanpak. (9e druk). Assen, Nederland: Koninklijke Van Gorcum.

Webb, T. L., & Sheeran, P. (2006). Does changing behavioral intentions engender behavior change? A meta-analysis of the experimental evidence. Psychological Bulletin, 132(2), 249–268.

Lally, P., van Jaarsveld, C., Potts, H., & Wardle, J. (2010). How are habits formed: Modelling habit formation in the real world. European Journal of Social Psychology, 40 (6), 998–1009.

Kay Bartholomew Eldredge, L., & Markman, C.M. (2016). Planning Health Promotion Programs. (4th). Hoboken, New Jersey, Verenigde Staten: John Wiley & Sons.

Prochaska, J.O., & Velicer, W.F. (1997). The transtheoretical model of health behavior change. American Journal of Health Promotion, 12 (1), 38-48.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *